Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Marc de Werd, ​​​​​​​hoogleraar Europese rechtspleging ACLPA/UvA en senior-raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam, heeft een nieuwe blog geschreven voor de ACLPA-website. Lees hieronder zijn bijdrage.

Terwijl ik dit schrijf houdt Europa nog steeds de adem in. Na de eerste schok beseften we dat we beter hadden kunnen en moeten weten. De oorlogszucht van Poetin is deze eeuw gegroeid. Het begon met bruut geweld in Tsjetsjenië (1999), gevolgd door de invasie in Georgië (2008), de annexatie van de Krim (2014), en daarna zijn betrokkenheid bij de bloedige burgeroorlog in Syrië waar Russische luchtaanvallen niet alleen rebellen en jihadisten doodden maar ook duizenden burgers, waaronder schoolkinderen (2015). Hebben we de voortekenen van de invasie in Oekraïne echt gemist? Of hebben we ze gemakshalve over het hoofd gezien omdat Aleppo verder weg ligt dan Kiev?

Maar de oorlog verloopt niet voorspoedig voor de agressor en dat maakt hem nog gevaarlijker. De gruwelijke beelden uit Boetsja staan op ieders netvlies en wijzen zeer waarschijnlijk op oorlogsmisdaden.

En er is nog iets dat zorgen baart. De Poolse regering gedraagt zich voorbeeldig door humanitaire hulp te bieden aan de bijna twee miljoen vluchtelingen uit Oekraïne. Zo voorbeeldig dat we bijna vergeten dat Polen nog maar kort geleden zelf het grootste probleem van de EU was. We spraken over een rechtsstaatcrisis in Polen omdat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht er wordt ondermijnd en omdat het Constitutionele Hof het Europees recht niet erkent. De Europese Commissie en het Europese parlement hadden – een unicum in de naoorlogse geschiedenis – alle denkbare sancties tegen een EU-lidstaat al in stelling gebracht. Maar toen veranderde alles.

Wat zijn onze principes waard?

Ewa Łętowska, zij was ooit rechter in Polen, schreef onlangs:

"We hadden en hebben nog steeds een probleem met de rechtsstaat. Dit wordt niet minder door onze betrokkenheid bij Oekraïne, door onze oprechte hulp aan vluchtelingen, of door de meest rechtvaardige en zorgvuldige handhaving van sancties tegen een agressor. En als we dit probleem onderdrukken of vergoelijken, zal onze inzet voor de goede dingen minder geloofwaardig en effectief zijn."

Ook mijn collega Tomasz Tadeusz Koncewicz van de universiteit van Gdansk, is bezorgd:

De oorlog in Oekraïne en het schrikbeeld van Poetins wreedheid en zijn autocratische geest hebben de landen van de Unie bijeengebracht en de Unie weer groot gemaakt (al was het maar voor even). Maar de grote vraag is: zal de Unie uiteindelijk dezelfde vastberadenheid tonen als het gaat om het afdwingen van haar eigen waarden in Polen?” 

Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen en het warme onthaal door Poolse gastgezinnen die uitgeputte vluchtelingen opvangen. Ik ben echter minder gerust op de politieke bedoelingen van de regerende PiS-partij. De oorlog in Oekraïne speelt haar in de kaart. Voor het buitenlands beleid komt de oorlog als geroepen. Als NAVO-land en buurman van Rusland is Polen de bondgenoot die de EU straks hard nodig heeft bij het ontwikkelen van een nieuwe defensiestrategie.

De regering in Warschau, getergd door de morele aanspraken van de EU op de Poolse rechtsstaat, zal dit zeker uitspelen. Met succes vermoed ik. Het is opeens niet meer ‘opportuun’ om Polen de 36 miljard euro aan COVID-herstelsubsidies te ontzeggen. Want – horen we de Poolse premier ons al vragen – zou de EU die 2 miljoen vluchtelingen dan liever zelf in het westen willen opvangen? De rekensom is snel gemaakt. Nee, dat willen we niet. Bij de EU-Turkije deal in de Syrië-crisis is leergeld betaald. Als het op de opvang van grote aantallen vluchtelingen aankomt blijft overeenstemming in de EU uit. We betalen liever voor opvang elders (‘in de regio’) zodat we er zelf de minste last van hebben.

Wederzijds vertrouwen blijkt fictie

Bezorgde Polen zoals Ewa Łętowska en Tomasz Koncewicz proberen de Poolse rechtsstaatcrisis weer op de Europese agenda te krijgen. Koncewicz:

"Alleen wanneer de rechtsstaat als eerste beginsel van de steeds hechter wordende unie tussen de volkeren van Europa intern wordt geëerbiedigd, zal de politieke bewering dat Europa vastberaden, groots en verenigd is, een werkelijke betekenis krijgen die verder reikt dan een gladde slogan".

Want intussen gaat het debat over de Poolse rechtsstaat wel ergens over. Ook voor ons. Volgens het Europees recht zijn Nederlandse rechters immers verplicht om op verzoek verdachten en veroordeelden in (bijna) blind vertrouwen aan Polen over te leveren. De zorgen over een eerlijk proces in Polen zijn echter zo groot dat veel rechters in Europa overlevering liever weigeren. Maar het beginsel van wederzijds vertrouwen – de juridische veronderstelling dat de rechtsstaat in alle 27 lidstaten op orde is, en iedereen overal zijn recht kan krijgen – verhindert dit. Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg legt de lat voor het weigeren van overlevering zó hoog, dat een verzoek in de praktijk (uiteindelijk) altijd wordt toegewezen. Dat is ook begrijpelijk. Het Hof morrelt liever niet aan het wederzijds vertrouwen omdat het beginsel de grondslag biedt voor de economische en justitiële samenwerking in de EU. Een crisis in een Europese lidstaat is dan ook in de eerste plaats een politieke kwestie en niet een juridisch probleem.

Europese politiek schuift rechtsstaatprobleem nu door naar de rechter

Het is aan de Europese politieke instellingen om de Poolse rechtsstaatcrisis te beëindigen door sancties. Maar het momentum daarvoor lijkt nu vervlogen en het kan lang duren voor zich een nieuwe kans aandient. En ook elders in de EU, in Hongarije, is de mensenrechtensituatie onverminderd zorgelijk. De Hongaarse premier Viktor Orbán behaalde afgelopen zondag met zijn (rechtse) partij Fidesz een tweederdemeerderheid in het Hongaarse parlement. Zal de EU in Hongarije, anders dan in Polen, wél haar maatregelen kunnen doorzetten om de rechtsstaat daar te beschermen, nu unanimiteit binnen de Unie nodig is om het Russische geweld te stoppen?

Binnenkort ga ik in Gdańsk in gesprek met Poolse rechters en openbaar aanklagers die in de verdrukking zitten. Over overlevering en Europese kernwaarden en de gezamenlijke verantwoordelijkheid van politiek en rechters om de rechtsstaat te waarborgen. Ik zie er wat tegenop omdat ik weinig perspectief op verbetering kan bieden. Ik vrees dat pragmatisme het weer zal winnen van principes. Het overleveringsprobleem zal door de EU feitelijk worden teruggelegd bij het Hof van Justitie in Luxemburg en bij het knagende geweten van de nationale rechters. Als zij geen verantwoordelijkheid nemen, wie dan wel?

Marc de Werd,
Hoogleraar Europese rechtspleging ACLPA/UvA en senior-raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam

Prof. dr. mr. M.F.J.M. (Marc) de Werd

Prof. dr. mr. Marc de Werd